Dit is de pen die ik heb ontvangen van Wijnand van de Meeberg. Hij was mijn eerste uitgever. Mijn allereerste manuscript had ik naar hem opgestuurd en hij stuurde het door naar een literair agent om het te beoordelen. Uitgeven in eigen beheer. Gelukkig dat er uitgevers bestaan voor amateur schrijvers. Die geven dan hun boek in eigen beheer uit en betalen er een bedrag aan om de onkosten van de uitgever te dekken. Want een uitgever wil liever niet het risico kopen om in de onkosten terecht te komen. Stel, dat het niets wordt. Dat kan je gebeuren als je iets schrijft. Het slaat aan of het wordt een flop. Waar het ‘m in zit waarom het ene boek een doorgaand succes wordt en het andere niet laat zich vaak moeilijk omschrijven. Het heeft vaak te maken met geluk. Naar een bepaalde vraag van iets dat dan net op het juiste moment aanslaat. Wat inhoudt, dat er op dat moment behoefte was aan het soort boek zoals die van de schrijver. Om succes te krijgen moet je opgemerkt worden want het aanbod is groot dus ook de concurrentie.
De echte schrijvers, schrijven voor hun brood. Dat moet wel anders hebben ze niets te eten en ze moeten geregeld weer een nieuw boek schrijven om brood op de plank te kunnen houden. Dat is een verdomd zwaar bestaan, want als je een boek schrijft moet je toch een tamelijk gedisciplineerd leven leiden wil er iets uit je pen vloeien. Je kan bij wijze van spreken niet geregeld gaan doorzakken en pas in de middag gaan schrijven. Nee, er zit vaak weinig romantiek bij, je bent voortdurend aan het dubben en aan het afwegen over hetgeen je op papier kwijt wilt en wat je soms beter niet kunt zeggen. Hoe minder uitleg, hoe beter want de lezer wil zelf ook iets te raden hebben. De ene dag gaat alles van een leien dakje en het volgende moment begin je enorm aan je zelf te twijfelen en vraag je je af waar je in hemelsnaam aan begonnen bent. En dan nog te bedenken aan de bronnen die eerst grondig doorgespit moeten worden wil je het ergens over kunnen hebben.
Schrijven, wat is dat?
Is dat een gedrevenheid, een passie die, nadat er van alles in het hoofd afspeelt, je tot schrijven dwingt en bijna neurotische vormen kan aannemen, want er wordt wat nagedacht, overwogen, opgeschreven, weggegooid, geschrapt, herschreven, gefoeterd en gedacht; ‘waar ben ik ooit aan begonnen.’ En dan tenslotte, komt er iets. Een creatie. Een eigen creatie. De personen in het verhaal worden gekoesterd als ware levende personages. Je kunt er mee doen wat jezelf wilt. Je kunt ze tot leven wekken. Je kunt ze lief hebben of haten, je kunt ze transformeren tot echte levende wezens.
Zwoegen, moet je. Aandacht en discipline zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op een verhaal moet je spinnen, broeden en dan wegleggen. Opnieuw herlezen, de woorden snoeien, eindeloos eraan werken. En dan tenslotte je werk door een ander laten lezen die je van commentaar voorziet en jij denkt; ‘zie je het nou, het kan altijd beter...’